Nederland heeft op het gebied van de tuinbouw een grote naam, we zijn één van de grootste spelers op de wereldmarkt voor tuinbouw. Of het nu gaat om groenten en fruit, om bloemen en planten, om bloembollen of om bomen: de Nederlandse tuinbouwsector telt internationaal mee. Het is daarom niet verwonderlijk dat de sector ook in belangrijke mate bijdraagt aan de Nederlandse economie.
De tuinbouw in ons land is geconcentreerd in een aantal kernen: de greenports. Vergelijk het maar met logistieke ‘mainports’ zoals Schiphol en Rotterdam. Net als deze mainports zijn de greenports gebieden waar een concentratie is van bedrijven, die sterk met elkaar verbonden zijn.
In een greenport vinden we in het cluster teeltbedrijven, veilingen, handelsbedrijven en tuinbouwtoeleveranciers bij elkaar. Vaak zijn er ook veredelaars en vermeerderaars van planten en zaden te vinden. Ook kennisinstellingen die actief zijn in de tuinbouw, zitten er dicht bij het vuur. Doordat alle belangrijke partners zo dicht bij elkaar zitten, is er een intensieve uitwisseling van kennis en wordt er op tal van terreinen met elkaar samengewerkt. In dit netwerk stimuleren ondernemingen en kennisinstituten elkaar om topprestaties te leveren.
In Nederland kennen we vijf greenports:
De greenports zijn aangewezen met de bedoeling om juist dáár de ontwikkeling van de tuinbouw te stimuleren. Elke greenport doet dat op een eigen manier. De aanwijzing tot greenport maakt het ook mogelijk een beroep te doen op extra innovatiegelden om ontwikkelmogelijkheden te verruimen.